Ammoniak

Het Ammoniakprobleem

Rond de Peel liggen al sinds jaren vele grote varkens- en kippenboerderijen, die vanwege de uitwerpselen van al die dieren veel vuile lucht uitstoten. Die lucht slaat voor een deel neer op natuurgebieden als de Peel, meer dan nog gezond is voor een normale ontwikkeling van een typisch 'voedselarm' en door Europa beschermd natuurgebied zoals de Peel. Ook veehouderijen op grotere afstand dragen daar overigens veel aan bij. Binnen Nederland wordt de Peel naar verhouding erg zwaar getroffen door dit probleem (zie afbeelding).

In het jargon zeg je dan: er liggen zoveel 'intensieve veehouderijen', en het aantal dierplaatsen en hun gezamelijke 'ammoniakemissie' is zó groot, dat de totale 'depositie' op de Peel, samen met de 'achtergronddepositie', stukken groter is dan de 'schadedrempel' voor de voor 'stikstof gevoelige natuurgebieden' in het algemeen en de 'prioritaire habitats' in de 'Natura2000-gebieden' in het bijzonder.
 
De Nederlandse overheid is al herhaaldelijk door Europa op de vingers getikt dat men te veel ammoniakuitstoot toelaat. Die overheid zegt wel maatregelen te willen nemen, maar wil, zacht gezegd, ook het belang van de boeren niet uit het oog verliezen. De maatregelen mogen van de politiek vooral niet teveel pijn doen, maar zoals het spreekwoord zegt maken zachte heelmeesters stinkende wonden. En dus laat de overheid het probleem niet alleen voortbestaan, maar laat ze zelfs toe dat de boeren al maar meer dieren houden, terwijl ze er dan maar op hopen dat door het voorschrijven van technische verbeteringen (zoals luchtwassers) de problemen misschien toch nog enigszins verminderen. U voelt wel dat wij daar niet zoveel vertrouwen in hebben...
 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 
 
 
Waarom kan Ammoniak kwaad?
Ammoniak draagt sterk bij aan de ongewenste verzuring van de grond. Welliswaar is Ammoniak op zichzelf genomen basisch (het tegendeel van zuur), maar als het wordt opgenomen door bacteriën in de grond blijven er zuren over. In zure bodems kunnen allerlei min of meer giftige metalen, zoals bijv. aluminium, vrijkomen ofwel 'uitgeloogd worden'. 
Minstens zo belangrijk voor de natuurgebieden is echter de eutrofiëring. Dit betekent voedselrijker worden. Zeldzame planten en veel soortenrijkdom aan planten vind je in het algemeen in voedselarme gebieden en in overgangen van voedselarm naar ietsje voedselrijker. 
Ammoniak (NH3 of NH4) bestaat voor het grootste deel uit stikstof en dat is een plantenvoedingsstof. Ten gevolge van de ammoniakuitstoot (vanuit de stallen en het uitrijden van de mest) komt er vanuit de lucht zon 5 tot 10 keer meer stikstof in de Peel (en in de meeste andere natuurgebieden in de regio) terecht dan de vegetatie kan verdragen.
De zeldzame planten gaan hier op zich niet dood van, maar worden weggeconcureerd door sneller groeiende, algemene soorten.
 
Verspreidingsgedrag
Met toenemende afstand van de emissiebron, neemt de depositie per oppervlakte snel af. Dit wil echter niet zeggen dat ammoniak zich niet ver verspreidt: volgens het rapport 'Effecten van ammoniak op de Nederlandse natuur (Alterra) legt ruim 65 % van de ammoniakemissie (uit een bron met een hoogte van 3 meter) een afstand af van meer dan 10 kilometer voordat het wordt gedeponeerd. Je moet dus in een grote regio iets doen om de hoeveelheid ammoniak in een natuurgebied te verminderen. Voor de omvang van het gebied waarin onze stichting het nodig probeert te doen zie de pagina Werkgebied.
 
Achtergronddepositie
De depositie van één bedrijf op de rand van een natuurgebied wordt de directe depositie genoemd. Per oppervlakte is die depositie op korte afstand hoog, maar met toenemende afstand wordt het snel minder. We hebben echter niet met één bedrijf te maken, maar met vele. Zoals hierboven uiteengezet, verspreidt ammoniak zich over grote afstand. Vele bedrijven tezamen in een groot gebied dragen zo allemaal een beetje bij aan de zeer hoge totale ammoniakneerslag die in de natuurgebieden neerkomt. Dit noemt men de achtergronddepositie. Zie het kaartje van de achtergronddepositie in 2007.
 
De veel te hoge stikstofneerslag wordt niet alleen veroorzaakt door de landbouw, maar ook door verkeer en industrie. In Nederland - en zeker in de Peelregio - veroorzaakt de landbouw echter wel verreweg het grootste deel. In de Peel is 55 % afkomstig van de landbouw in een zone van 30 km er omheen (46 % uit stal- en opslag en 9 % van het mest aanwenden), 24 % komt uit de rest van Nederland + het buitenland en 21 % is NOx (verkeer en industrie; gegevens van Alterra; onderzoek aan Peel in het kader van het Natura2000 - beheerplan; zie artikel in nieuwsarchief).
 
De depositie is sinds het maximum van begin jaren '90 wel gedaald (zon 30 %), maar is nog steeds veel te hoog. In de Peel is het gemiddeld nog ruim 3200 mol/ha/j (gegevens Planbureau voor de leefomgeving; zie www.pbl.nl), terwijl de natuur daar eigenlijk maximaal 400 mol/ha/j kan verdragen. Wat een natuurgebied kan verdragen wordt de 'kritische depositie' genoemd. Dit verschilt per soort natuur. Het hoogveen in de Peel behoort tot de meest kwetsbare natuur.
 
De kritische depositie van 400 mol/ha/j is de waarde voor een echt gezond levend hoogveen, met alle soorten die daarin thuishoren. Volgens de hoogveendeskundigen kan het hoogveen in de Peel tijdelijk wat meer depositie verdragen, namelijk 1100 mol. Dan dienen echter de hydrologische omstandigheden wel goed te zijn en bovendien is er dan nog met enige regelmaat beheer nodig (om de overmaat aan voedingsstoffen af te voeren). Welnu: de hydrologie is in de Peel nog lang niet op orde. Bovendien is dat beheer wanneer het gebied stabiel nat is - en dat moet het zijn - zeer lastig uitvoerbaar en brengt het verstoring teweeg. Zelfs onder goede hydrologische omstandigheden kan een depositie van 1100 mol dus alleen maar een tijdelijke tussenwaarde zijn. Het streven moet blijven om op termijn de kritische depositie te bereiken.
 
Habitatrichtlijn
De belangrijkste natuurgebieden in Europa worden beschermd via deze richtlijn (waaronder in het werkgebied van WBdP de Deurnese- en Mariapeel, de Groote Peel en Sarsven/de Banen). Volgens de richtlijn mag er in de habitat geen significante verslechtering optreden. De gebieden zijn wel bij de Europese Commissie aangemeld, maar nog niet officieel aangewezen. Die procedure loopt op dit moment. De richtlijn geldt echter al wel. 
In oktober 2005 is in Nederland de nieuwe Natuurbeschermingswet (Nb-wet) van kracht geworden. De toets aan de Habitatrichtlijn (en ook de toets voor de natuurmonumenten) gaat voor de Peel door middel van deze wet en dient te worden gedaan door Gedeputeerde Staten. Veelal verlenen gemeentes echter een milieuvergunning voordat er getoetst is.
 
Toename niet toegestaan
De Raad van State heeft uitgesproken dat zonder een goed ammoniakplan een depositietoename niet toegestaan is, omdat de achtergronddepositie al veel te hoog is. G.S. Brabant en Limburg hanteren dat beleid.
Echter: de provincies zijn weliswaar het bevoegd gezag voor de Nb-wet, maar ze controleren de wet te weinig. 
Daarom melden wij binnen ons werkgebied indien nodig de vergunningplicht Nb-wet aan de provincies. Dat doen we wanneer een gemeente een milieuvergunning verleent waarbij de emissie emissie toeneemt en wanneer het bedrijf gelegen is binnen 5 tot 10 km van een door de Nb-wet beschermde gebied.
Dit werk zou natuurlijk door G.S. zelf gedaan moeten worden! Ook zouden de milieu- en de Nb-wetvergunning in onze ogen aan elkaar gekoppeld moeten zijn.
 
Salderen
WBdP wil niet alle uitbreidingen van veehouderijen tegenhouden. We bieden de mogelijkheid tot 'salderen'. Dat betekent dat we er geen bezwaar tegen hebben als vanwege een bedrijfsuitbreiding de depositie op een Natura2000-gebied of natuurmonument in de Peel toeneemt, op voorwaarde dat men er voor zorgt dat bij hetzelfde of een ander Peelgebied evenveel depositie in het gebied weer wegvalt (bedrijf A koopt bedrijf B en benut de vergunde 'depositieruimte' van bedrijf B).
Daarbij dient ook in het werkgebied van WBdP de emissie-toename te worden gecompenseerd. Dit om te voorkomen dat de achtergronddepositie nog hoger wordt.
Aan de depositie-toename bij saldering stellen we wel een maximum: de directe depositie afkomstig van een bedrijf op de rand van de Peel mag niet meer worden dan 200 mol/ha/j.
 
Verder lezen:  
De rol van Werkgroep Behoud de Peel in de beheersing van de ammoniakproblematiek [pdf - 397 Kb]: een samenvatting van de rol die WBdP sinds haar oprichting heeft gespeeld bij de beheersing van de ammoniakproblematiek (11 november 2010).
 
Zie ook de ammoniak-gerelateerde berichten op onze nieuwspagina's, in het bijzonder Peelflits 2009 nummer 2, het persbericht intrekking bezwaar en het nieuwsbericht Werkgroep Behoud de Peel trekt zicht terug uit gesprekken rond Natura2000.
 
Rapporten
Zeer goede rapporten over het gedrag en de effecten van ammoniak/stikstof zijn: