theme6

De Ontginningsperiode

Nadat de turf was weggehaald, werd de grond op veel plaatsen geschikt gemaakt voor de landbouw. Merkwaardig was daarbij dat, anders dan in Noord-Nederland, geen dalgronden werden gemaakt. Dalgronden waren zandgronden, die bij ontginning door menging met apart gezette 'bonkaarde' (bovenkant van het veen) met het oog op de te stichten landbouwbedrijven een redelijke bodemstructuur kregen.

In de Peel gebeurde dat niet, mogelijk omdat men teveel gefixeerd was op de turfwinning en geldelijk gewin op korte termijn. Zodoende  werd de totale laag hoogveen in de Peel afgegraven en ontstonden schrale zandgronden. Hierdoor vertraagde de agrarische ontwikkeling. Dat was mede de aanleiding voor de grote concentratie intensieve veehouderij bedrijven in de Peelregio, en ook verklaart dit voor een deel de grote droogtegevoeligheid van de landbouwgrond in de Peel.

Het eerst ontgonnen werden de gronden waar weinig of geen veen zat, de echte veengebieden kwamen meestal het laatste aan de beurt. Daardoor bleven vooral op de plaatsen het veen vanouds het diepste zat nog wat wat reservaten over, terwijl er van de Peelvennen, graspelen, handmatig uitgeveende terreinen, en vooral de natte en droge heiden rondom de Peel erg weinig overbleef. Ook hier werden nieuwe dorpen gesticht, een hele rij zelfs: Odilliapeel, Wilbertoord, Landhorst, Venhorst, de Rips, Elsendorp, Ysselsteyn, America, Evertsoord, Grashoek...  Noordelijk van de Rips bleef nagenopeg niets voor de ontginning gespaard; van de resterende veengebieden werd het veen meestal tot op de zandbodem weggegraven.

In 1961 werd in de Tweede Kamer een wetsontwerp aangenomen dat een einde moest maken aan het subsidiëren van de ontginningen van woeste gronden. De ontginning van de Heidse Peel onder Ysselsteyn werd de laatste die met subsidie van het rijk werd uitgevoerd. De voorgenomen ontginning van Mariapeel, al eens eerder op het nippertje afgeblazen vanwege het uitbreken van de tweede wereldoorlog, kon nog net worden tegengehouden doordat het gebied in 1964 door het Staatsbosbeheer werd aangekocht.

Natuurlijk is ontginning voor veel natuurwaarden zonder meer funest. Toch moeten we er ook op wijzen, dat na ontginning van een gebied soms nog veel natuurwaarden over blijven, die in de huidige tijd met zijn snelle ontwikkelingen steeds meer het beschermen waard worden. Zolang een gebied nog vrijwel  onbebouwd is, wijds, rustig en nat, niet teveel bedekt met landbouwplastic en redelijk duister in de nacht kan het er voor vogels en mensen nog steeds erg de moeite waard zijn. De Stichting Werkgroep Behoud de Peel zet zich in voor de bescherming van deze natuurwaarden.

Zie onderstaande foto van een ontgonnen, maar prachtig wijdse en erg vogelrijke vlakte tussen Griendtsveen en Ysselsteyn.