theme6

De Peel vanaf 1850

Nog in 1850 was in het grensgebied van Brabant en Limburg een enorm uitgestrekt gebied van ca 30.000 hectare hoogveen aanwezig: "in lengte ten minste elf en een half uur gaans, en in de breedte bij doorsnijding twee tot vijf uren, zonder dat deze ruimte wordt afgebroken door eenige tusschenliggende bebouwden grond".

Aldus beschreef P.E. de La Court in 1841 de Peel. Het was een zeer uitgestrekt gebied waar nauwelijks een boom groeide. Dezelfde La Court schreef hier over: "Het gezigt van deze akelige en eentoonige woestenij verwekt een droevig gevoel; noch boom, noch struik verlustigt het oog".

Het veen was er tot een meter of zes diep. Overigens was heel het gebied tussen de Aa en de Maas erg dun bevolkt en omvatte in totaal wel 160.000 ha aan min of meer aaneengesloten woeste gronden. Tot aan het eind van de middeleeuwen was dit gebied een wildernis, waar de mens weinig te zoeken had. Na die tijd echter is de menselijke invloed toegenomen, in eerste instantie vooral ten gevolge van kleinschalige turfstekerij. Het veen werd daartoe oppervlakkig ontwaterd en er werden peelbanen aangelegd om de turf af te voeren. In 1850 was levend hoogveen al grotendeels verdwenen, al was hier en daar, over soms aanzienlijke oppervlakten, nog maagdelijk veen te vinden met daarin kernen van levend hoogveen.

Na 1850 vond de verdere aftakeling van de Peel plaats. De boekweitbrandcultuur deed zijn intrede en de grootschalige vervening begon. Vele duizenden hectaren hoogveen werden weggegraven en daarna tot landbouwgrond ontgonnen. Ook de uitgestrekte heidevelden in de Peelstreek werden grotendeels ontgonnen.

Wat nog rest is een aantal Peelreservaten, met bij elkaar een oppervlakte van ongeveer 4.000 hectare. Ook deze zijn de periode van vervening niet ongeschonden doorgekomen. Plaatselijk is soms nog een aanzienlijk pakket veen aanwezig, maar omdat alle gebieden sterk ontwaterd zijn ontbreekt de karakteristieke vegetatie van een levend hoogveen bijna overal. De belangrijkste doelstelling bij het beheer van deze Peelrestanten, die allemaal de status natuurreservaat hebben, is dan ook het in stand houden c.q. ontwikkelen van hoogveenvegetaties. Een van de beste middelen om deze 'hoogveenregeneratie' te bevorderen is de vernatting van de terreinen met gebiedseigen, dus voedselarm water.