theme6

Ontstaansgeschiedenis

Tijdens de laatste ijstijd (10.000 - 12.000 jaar geleden) heerste er in Nederland een zeer koud klimaat. De bodem was tot op grote diepte permanent keihard bevroren. Daarom konden de waterstromen, afkomstig van het smeltende ijs, zich niet diep insnijden. Ze vormden zeer brede stroomdalen. Van tijd tot tijd vielen grote delen van deze dalen droog en stoof daaruit veel zand weg. Door de overheersende zuidwesten wind werd dit zand elders afgezet als langgerekte zuidwestnoordoost lopende zandruggen.

Hierdoor raakten de beekjes, die van de Peelhorst afstroomden, geblokkeerd. Dat gebeurde vooral aan de Brabantse zijde van de Peelhorst, waar die beekjes loodrecht op de windrichting stroomden. Vooral in de bovenloop konden deze beekjes gemakkelijk worden 'afgedamd', omdat ze daar nog weinig kracht hadden. Zo is bijvoorbeeld de vroegere bovenloop van de Vlier helemaal afgedamd door een brede dekzandrug. Van die bovenloop bleef slechts een brede laagte over, de 'Kom van Griendtsveen'.

In deze laagte zonder afvoer begon 12.000 jaar geleden de vorming van veen, dat uiteindelijk een onafzienbaar gebied zou bedekken. Na 1853 is dat veen grotendeels afgegraven. Maar ook nu nog vindt men de dikste pakketten in deze laagte waar de veengroei aan het eind van de ijstijd op gang kwam. Veen ontstaat als de productie en afzetting van plantenresten sneller gaat dan afbraak daarvan. Meestal zijn productie en afbraak met elkaar in evenwicht. Maar als plantenresten onder water terecht komen wordt de afbraak vertraagd. De resten hopen zich op en vormen veen. Veen dat in hoofdzaak in voedselrijk water wordt afgezet heet laagveen. De onderste laag daarvan wordt gyttja of bodemveen genoemd. Gyttja is het Zweedse woord voor blubber. Het is in vrij ondiep water afgezet en bestaat vooral uit resten van heel kleine organismen.

Als het ven ondieper wordt verschijnen riet en zeggen en het water wordt langzaam opgevuld met riet- en zeggeveen. Als het water is dichtgegroeid, komen er ook struiken en bomen, die broek- of bosveen vormen. In de Peel komt deze bosfase slecht zelden voor. De genoemde veensoorten horen allemaal tot het laagveen. Naarmate het pakket laagveen dikker wordt, wordt het echter voor de laagveenplanten moeilijker om nog bij het voedselrijke grondwater te komen. Het voedselarme regenwater gaat dan steeds meer bepalen welke planten er nog kunnen groeien. Veen dat ontstaat uit plantenresten die volledig door regenwater wordt gevoed heet hoogveen. Het ontstaat vooral uit veenmossen. Die hebben geen wortels, leven van het regenwater en kunnen overleven in zeer voedselarme, zure omstandigheden. Veenmos kan tientallen malen zijn eigen gewicht aan water vasthouden. Als de veenlaag dikker wordt, breidt hij zich ook in de breedte uit: 'het veen rijst de pan uit'. Zo komt op het oorspronkelijk kurkdroge zand rond het ven een kletsnatte waterbel te liggen (veenmos is natter dan melk), die bijeengehouden wordt door veenmossen en hun afgestorven resten. Die afgestorven veenmossen vormen steeds dikkere lagen hoogveen. In de Peel waren de veenpakketten plaatselijk zes meter dik.

De voortdurende opwaartse groei van het hoogveen, de extreme voedselarmoede, de hoge zuurgraad en de grote hoeveelheid water bieden maar voor enkele heel gespecialiseerde planten een aantrekkelijk milieu. De bekendste soorten zijn zonnedauw, veenbes, eenarig wollegras en lavendelheide. Het hoogveen in de Peel breidde zich in de loop der eeuwen vanuit de verschillende laagten in alle richtingen uit over de hogere delen van het gebied. Zo ontstond het onafzienbare Peelmoeras, dan anderhalve eeuw geleden nog het hele gebied bedekte. Een dergelijk landschap kan weer terugkomen in de Verheven Peel. De vorming van laagveen en hoogveen verloopt meestal volgens de hier afgebeelde stadia, die heel langzaam in elkaar over gaan. Soms wordt rieten zeggeveen overwoekerd door een moerasbos en in die situatie wordt ook bosveen gevormd. Bij het ontstaan van het veen in de Peel is echter nauwelijks bosveen gevormd. Het hele proces speelde zich hier af in ongeveer 12.000 jaar.