theme6

Vervening

Na eeuwenlange kleinschalige turfwinning in de Peel werd zij in de 19de eeuw doorsneden door een spoorweg en een kanaal, waarna grootschalige turfwinning begon.

Kleinschalige vervening
Al in de middeleeuwen ontdekte men dat veen, als je het uitstak en liet drogen, geschikt was als brandstof. Toen het bos behon op te raken en hout duurder werd, begon met in de Peel turf te steken. Aanvankelijk gebeurde dat nog op heel eenvoudige wijze individueel en kwam met niet verder dan de randen van het veengebied. Toch werden er al snel regels ('keuren') opgesteld om de individuele turfwinning te reguleren.


Turfstekersgereedschap, v.l.n.r. bonkschop, boolespaai, klotspaai en linie-ijzer

Boerenkuilen
Een van de belangrijkste kleinschalige verveningstechnieken was het maken van zogenaamde 'eendagsputten' ofwel boerenkuilen. Dat waren ondiepe gaten van enkele meters doorsnede. In de Groote Peel, Mariapeel en Liesselse Peel liggen nog restanten van deze 'veenputtencomplexen'.

Doordat zich in deze kuilen drijvende 'veenmosdeksels' hebben gevormd, ontstond hier een heel bijzonder, kleinschalig en altijd even nat milieu. Daardoor konden de boerenkuilen zich ontwikkelen tot ware toevluchtsoorden voor de wilde flora van de Peel met soorten als veenbes, lavendelheide en een aantal van de voor een levend hoogveen typische veenmossoorten. Ook voor het dierenleven zijn deze miniatuurveentjes erg interessant. Onder meer de gladde slang voelt zich hier goed thuis. Zie ook De betekenis van de boerenkuilen in de Peel [pdf - 245 Kb] en De Peel in 1850.


Turfstekersgereedschap, v.l.n.r. schrijfgerd, kortijzer, oplegger en stikker

Grootschalige vervening
Aan het eind van de 18e eeuw gingen Peelgemeenten het turfsteken organiseren door de Peel te ontwateren met afvoersloten, waartussen (jaarlijks verpachte) Peelveldjes werden uitgezet. Men kon de turf nu voor de voet op in 'banken' gaan steken en zo de hele laag benutten. Nog steeds kwam men alleen aan de randen van de Peel. Pas in de 19e eeuw, vanaf 1853, ging men onder aanvoering van de gebroeders van de Griendt het turfsteken grootschalig aanpakken, tot diep in de 'zetel van het hoge moer'. De maatschappijen Helenaveen en Griendtsveen en later ook nog het gemeentelijk turfbedrijf van Deurne pakten de expoitatie systematisch aan door het graven van meerdere kanalen voor ontwatering en voor afvoer van turf en zelfs de spoorlijn Helmond-Venlo. De maatschappij Helenaveen kreeg een concessie precies op de grens met Limburg, en dus in het hart van de Peel, om te voorkomen dat de Limburgers nog meer 'brabantse' turf zouden komen stelen. Rond 1900 ging de turfgraverij zo snel, dat Griendtsveen jarenlang een van de drukste goederenstations van Europa had. Zie ook De grootschalige turfwinning in de Peel [pdf - 298 Kb]

Meer informatie